Scheepsbouw
Houten zeilkotters
De Rexona is gebouwd op de Olsen scheepswerf in Frederikshaven. De werf en daarmee het archief zijn in 1956 verdwenen. Houten kotters verloren na de Eerste Wereldoorlog en na 1945 definitief het pleit. De bouw duurde relatief lang, was arbeidsintensief en bovendien vergde het onderhoud veel tijd, energie en geld. Daarnaast werden de zeilkwaliteiten na 1920 van ondergeschikt belang, omdat de motor het belangrijkste voortstuwingsmechanisme was geworden.
Tot aan de twintiger jaren werden houten kotters op veel plaatsen in Denemarken gebouwd. Het hout kwam vaak uit Noorwegen, de motoren soms uit Zweden, meestal uit Denemarken. Het timmervakmanschap, kennis van zeilkwaliteit in combinatie met het doel zo veel mogelijk vis te vangen met het Snurrevod vond haar hoogtepunt in de periode 1890-1920. Vele soorten en maten kotters en jollen zagen het licht.
De bouwtechniek was overal in grote lijnen dezelfde en Deense kotters zijn goed herkenbaar aan hun brede S-Spant en vaak goede zeilkwaliteiten. Tijd was geld en de vangst moest zo snel mogelijk weer aan land en de beste visgronden lagen vaak verder van de kust. Deens kotters visten soms tot aan de Groenlandse wateren. De bouwmeesters en werven zijn verleden tijd, maar hun gevoel voor zeilkunst en oog voor duurzaamheid en kwaliteit verdienen een klein monumentje.
.jpg)
Pentekening van Johannes Larsen, 1924. Een viskotter in aanbouw op de Dohners werf in
Laesø. Photo: Chr. Nielsen, Danske Bådtyper (Stenstrup 2005).



