Zeevisserij
The European dimension of the Danish seine
The nineteenth century witnessed the start of the major methods of fish catching used today. In 1848, the seine net or rather its method of use, was invented. It originated in Denmark and was first used to catch flatfish in shallow water, the Limfjord in northern Denmark. The principle of the method was that of using ropes to catch fish, the ropes acting both to keep the net open, and to herd the fish towards it. Because of its Danish origin, the gear was later to be termed the ‘Danish seine’. The originator was Jens Laurens Væver (1822-1914), a fisherman of Limfjord. It is said that Jens could pay his wedding from his catch. Other fisherman soon copied the method. Fishermen used two other nets before this invention. They were called the ‘nedet’ and the ‘kradvoddet’. The ‘kradvoddet’was a large type of beach seine which was set out from the shore by means of a row boat. Jens wondered how a similar net could be used in the deep water where huge quantities of flatfish were congregated. The story mentions the catch of 2500-4000 plaice, when fishermen were happy to catch 40 or 5o plaice a day. Jens lived long enough to see the use of his invention spread to the sea fisheries off the coat of Denmark and far beyond. The Danes named the gear ‘snurrevod’, ‘vod’meaning net and ‘snurre’ from the vibration of the ropes which formed such an important part of the gear.
From Limfjord the use of the snurrevod spread to other areas in Denmark. One of the first seaports to adopt the gear was Frederikshavn where fishermen began to use seine around 1880. The vessels used at this time were sailing cutters of 40-60 tons in size, the Frederikshavn cutters and the Rexona is one of them, built in 1899, the heyday of snurrevod fisheries. These vessels were fitted with live fish-wells where the catch was kept. These fish wells, with a capacity of about 5000 plaices, worked very well.
The seine net ropes were hauled in by the hand on these early sailing cutters, but around the century the first engines were installed in seine net vessels, to drive winches. Although the power available was not very great at the beginning, it was sufficient to haul in the gear and increased the previous capacity of the hand operated winch. The new power led to an enormous increase of the length of the warp which could be set. These engines were first used at Frederikshavn and the Rexona was also equipped with such a small diesel engine. Motor engines were installed in fishing boats in Denmark from 1903 onwards, semi-diesel types without propeller clutch. It was only from 1906 that clutches were installed I the larger cutters in Greenshavn. After 1920, the mechanization of vessels accelerated and the sailing fishing cutter was history, so it appeared for a long time. The costs of fuel and the success and necessity of sustainable fishing methods could give it a new boost. The efficiency of the Danish seine was remarkable and the cutters were able to load up enormous catches in a relatively short time. Fishermen from Scotland, Norway, England, Germany and Holland also introduced this method. Flyshooting is a modern type of Danish seine fishing, but used by only 14 cutters in Holland and about 5 in Denmark. (Text: D. B. Thomson, Seine Fishing. Bottom fishing with rope warps and wing trawls (Surrey 1981).
Kilometers of warp were a blessing, but also a danger for crew. Photo: The Fisheries and Maritime Museum Esbjerg.
Zuiderzeevisserij
Rond de vorige eeuwwisseling overschreed het aantal Nederlandse vissersvaartuigen het magische aantal van 1500. Evenals in Denemarken leidden de verstedelijking, betere transportmogelijkheden en betere vangstmethodes tot grotere afzet. Er werd gevist met platbodems van ongeveer een dozijn verschillende hoofdtypen, die alle geschikt waren voor het vissen in ondiep water. Botters, Schokkers, Blazers, Staverse Jollen, Bonzen, Pluten en Aken zijn de meest bekende typen. Deze grote verscheidenheid hield verband met de grote verscheidenheid aan lokale omstandigheden. Sleepnetten werden het meest gebruikt in het zuidelijke deel. In het noordelijke deel, waar mee getijstroom was, werd vooral gevist met staande netten en hoekwant. Overigens visten de Blazers op de Waddenzee toen al met beug en schrobnet, als een soort overgang naar de Noordzeevisserij. Tot ver na de afsluiting van de Zuiderzee in 1932 hield het traditionele zeilvaartuig stand, veel langer dan bijvoorbeeld in Denemarken of in de Hollandse Noordzeevisserij. Dit had vooral te maken met de omvang en diepte van de Zuiderzee, die geen zware bevissing met motorkracht en schrobnetten toeliet. De zo succesvolle Snurrevodvisserij is in Nederland nooit doorgebroken, ook niet op de Noordzee of Waddenzee. De redenen zijn niet bekend, wel dat een experiment hiermee door een Urker visser in 1921 geen succes was. De beroepsvisserij op het krimpende IJsselmeer had na 1932 haar hoogtijdagen gehad en met de afsluiting en inpoldering kregen Botters en al die andere typen een andere, meer toeristische functie. (Bron: Scheepvaartmuseum, Scheepvaartgeschiedenis, Amsterdam 1979).
.jpg)
Staverse jol, vissend op ansjovis, op de Zuiderzee, waarschijnlijk ergens tussen Wieringermeer en Urk, waar de meeste ansjovis zat. Bron: Scheepvaartmuseum, Scheepvaartgeschiedenis, Amsterdam 1979.
Hollandse visserij
In de periode 1650-1850 bleef de haringvisserij de belangrijkste tak van visserij op de Noordzee. Hollanders, Denen, Zweden, Noren, Schotten en Engelsen visten veelal op dezelfde gronden en conflicten kwamen vaak voor. In de tweede helft van de achttiende eeuw werd de positie van Hollandse vissers echter verzwakt door de verplaatsing van haringscholen naar Schotse en Scandinavische kusten en door de opkomst van vlees en de pas in Europa geïntroduceerde aardappel. Veel Hollandse vissers gingen ook ‘winters de zee op om rond te komen. in de winter werd op kabeljauw gevist, haring werd in de zomer gevangen. Deze intensieve visserij legde een groot beslag op bemanning en materiaal en de stijgende exploitatiekosten leidden tot een saneringsgolf in deze tijd. De kleine rederijen of zelfstandige vissers konden het vaak niet meer bolwerken. Grotere rederijen wisten zich beter te handhaven. Voor de vangst van kabeljauw op de Noordzee werd gebruik gemaakt van de beug of hoekwant. Een kilometerslange lijn met zijlijntjes met beaasde haken die door een boei werd gemarkeerd. Deze methode zou pas na 1850 plaatsmaken voor nieuwe vismethodes. Bron: Scheepvaartmusem, Catalogus Scheepvaartgeschiedenis (Amsterdam 1979).

Afbeelding: Scheepvaartmusem, Catalogus Scheepvaartgeschiedenis (Amsterdam 1979).
Vis schrijft Geschiedenis
Toon mij wat je gegeten hebt, en ik verklaar je leven’ is enige tijd geleden maar weer eens aangetoond door de Britse archeoloog James Barrett. Deze heeft onderzoek gedaan naar het keukenafval in landen van Noordwest Europa rond het jaar duizend. Hij deed de ontdekking dat de visskeletten steeds kleiner werden en voornamelijk bestonden uit zoetwatervis en Heek. In de loop van de elfde eeuw werd de vis echter weer groter en vetter. Europa kende ook toen al een klimaatverandering en het werd warmer, zelfs warmer dan het nu is, en de bevolking groeide snel. Dit leidde aanvankelijk tot het leegvissen van het zoetwater en de kustwateren en dus steeds kleinere vis, omdat de grotere steeds gevangen werden. De vis paste zich, ook toen al, aan en werd kleiner om letterlijk door de mazen van het net te glippen. Een wonder van de evolutie. De mens bleef niets anders over dan nieuwe visgronden en nieuwe vismethodes te ontwikkelen. Dat heeft ze dus ook gedaan en nieuwe scheepstypes werden ontwikkeld die verder op zee konden vissen en platvis, haring en kabeljauw konden vangen. Hiermee kan zelfs ook de opkomende handel langs de zeekusten verklaard worden en de opkomst van de Hanzesteden: de visvangst zette een dynamiek in gang die leidde tot nieuwe zeewaardige scheepstypes, handel, welvaart en daarmee de ontwikkeling van welvarende steden. De geschiedenis van de Rexona past ook in dit beeld. De Snurrevodvisserij is in 1848 uitgevonden in een plaatsje aan het Limfjord, omdat een door een storm de zeedijken in 1825 waren doorbroken en het water zout werd. Alle zoetwatervis was binnen een mum van tijd verdwenen en zoutwatervis, met name platvis, vereiste andere vismethodes. Vis als sleutel van de geschiedenis. (Bron: http://www.mcdonald.cam.ac.uk/projects/Medieval_Fishing).

Jens Laurens Vaever (1822-1914), uitvinder Snurrevaadvisserij.
Snurrevaadvisserij

Schematische weergave van de Snurrevodvismethode, een revolutie in de
visserijgeschiedenis. Photo: K. Venø, Små fisk og store fisk, (Hovedland 2000).
Noordzeevisserij
Vanaf de late middeleeuwen maken nieuwe scheepsmodellen en nieuwe conserveringsmethodes het mogelijk langer en verder op zee te vissen. Alle landen rond de Noordzee namen deel aan de zeevisserij. In Denemarken was Ribe een van belangrijkste handelsplaatsen voor zeevis tot ongeveer 1500. Daarna nemen Hollandse vissers het heft in handen en dit zou het beeld van de komende eeuwen blijven. Het is veelbetekenend dat de Oostindische compagnie, de VOC, opgericht in 1602, weliswaar het meest tot de verbeelding sprak met exotische producten, verre reizen en spannende verhalen, maar dat de handel met het Balticum en vooral de visserij de belangrijkste inkomstenbron bleef. De eeuwenoude contacten tussen Deense en Hollandse vissers is een veelal onderbelichte geschiedenis, maar gedurende vele eeuwen is deze medebepalend geweest voor enorme groei in welvaart en steden in Holland vanaf de 14 eeuw. Tot deze tijd was Holland, grofweg het huidige Zuid- en Noordholland, niet meer dan een moerassige delta. Daarna gaat de ontwikkeling zeer snel en in slechts enkele generaties leiden inpoldering, urbanisatie, handel en een effectieve agrarische sector tot een welvarend verstedelijkt gebied, dat de vergelijking en competitie met het al veel eerder tot ontwikkeling gekomen Vlaanderen goed aan kan. De zeevisserij en onder andere de contacten met Denemarken zijn hierbij een onmisbare schakel geweest.

Visserijgronden op de Noorzee, opgetekend in 1570 door Adriaen Coenenz.
Photo: Koninklijke Bibliotheek Den Haag
Duurzaam Vissen
De Visserij Vereniging Workum (VVW) heeft al meer dan 30 jaar tot doel de zeilende visserij onder de aandacht te brengen. Het doel is het bevorderen van de visserij met zeilvaartuigen, het ontwikkelen van de daarbij behorende vis- en vaartechnieken en van daartoe geschikte vaartuigen, alsmede het in eigendom verwerven en beheren van vistuig. De vereniging werd in 1982 opgericht en leden zijn voornamelijk de deelnemers of oud-deelnemers van de Workumer Visserijdagen. De Workumer Visserijdagen worden sinds 1973 ieder jaar in de maand oktober georganiseerd Ongeveer 20 deelnemers beoefenen dan gedurende een week de zeilende visserij op snoekbaars, baars, aal, bot en andere vis. De schepen zijn vooral de oude nog uit de Zuiderzeetijd stammende scheepstypen zoals Staverse jollen, lemsteraken, botters, Wieringer aken, schouwen, pluten en andere typen. Met de voor deze kleinschalige gelegenheid verstrekte vergunningen door het ministerie is het vissers toegestaan per schip met 300 meter staand want en 500 meter hoekwant te vissen.
Hoewel er in de visserijdagen een zeker wedstrijdelement zit, is toch vooral het daadwerkelijk experimenteren met de zeilende visserij waar het om gaat. Men moet hierbij ook denken aan diverse zeiltechnieken voor bijvoorbeeld het onder zeil schieten van de netten onder verschillende weersomstandigheden. Naast de experimenten van diverse soorten aas moeten de vissers de diverse technieken van het schieten en halen van de netten en het hoekwant al zeilende onder de knie krijgen.
De vraag is: is het ook vandaag de dag nog mogelijk om met voornamelijk de wind als voortstuwingsbron de beroepsmatige visserij te beoefenen ? De leden van de VVW menen dat die vraag met “ja” beantwoord kan worden. En zij menen ook dat aan de zeilende visserij voordelen zijn verbonden. Die voordelen zijn bijvoorbeeld:
• De zeilende visserij is milieuvriendelijk, waarbij niet in de eerste plaats wordt gedacht aan lucht- en waterverontreiniging, maar vooral aan het aanzienlijk geringere energieverbruik.
• De zeilende visserij brengt met zich een minder intensief en agressief bevissen van het areaal en het toepassen van z.g. passieve vismethoden hetgeen veelal uit het oogpunt van visstandbeheer aantrekkelijk is.
• De zeilende visserij is aanzienlijk minder kapitaalsintensief, terwijl de bedrijfsuitkomsten ook minder onderhevig zijn aan fluctuerende energieprijzen.
• De zeilende visserij levert in technisch opzicht als uit het oogpunt van de bedrijfsvoering, minder psychische belasting op voor de visser; zeilen is immers zoveel aardiger !
Al met al veronderstelt de VVW dat hedendaagse , daarvoor te ontwikkelen zeilvaartuigen met bescheiden motorvermogen een zeer bruikbaar werktuig kunnen zijn voor de uitoefening van het moderne visserijbedrijf. Verdere informatie: www.visserijworkum.nl

In 1873 werden in Denemarken veel proeven gedaan met met nieuwe vismethodes. Hier het drijfnet. De verantwoordelijk ambtenaar meldde dat het experiment tussen 31 mei en 15 augustus 1873 een magere vangst had opgeleverd. Photo: A. Hjorth Rasmussen, Drivvod i Danmark (Esbjerg 1988).



