Rexona

De Rexona: Terug naar de roots. Het Nederlandse Verhaal van een Deense Kotter.

Artikelen

 

De Rexona op de NDSM-werf

De huidige ligplaats van de Rexona is de NDSM werf in Amsterdam. NDSM staat voor Nederlandse Dok en Scheepsbouw Maatschappij. Deze werf was tot 1984 het decor van de bouw van grote scheepsbouw. Sinds de sluiting van de werf in 1984 is het tot voor enkele jaren stil geweest. Sinds kort is de werf echter het middelpunt van nieuwe initiatieven van kunstenaars, horeca en hotels, (nieuwe) media, watersport, wonen en recreatie. Drie stichtingen houden zich in het bijzonder bezig met de werf. Stichting Kinetisch Noord (SKN, www.ndsmloods.nl) beheert de loods op de werf, Stichting NDSM-herleeft (www.ndsm-herleeft.nl) heeft tot doel het bewaken, bewaren en visualiseren van de rijke scheepsbouw- en reparatiegeschiedenis van de werf en Nederland in het algemeen, Stichting NDSM-werf (www.stichtingndsm-werf.nl) heeft het beheer en de programmering van het buitenterrein van het Oostelijk deel van de NDSM-werf. Over één ding zijn alle organisaties, inclusief het stadsdeel Noord van de Gemeente Amsterdam het eens, namelijk dat het karakter van de werf behouden moet blijven en aandacht te besteden aan de nautische industrie van weleer, die zo’n prominente rol in Amsterdam en Nederland heeft gespeeld, maar nu een ver, veelal vergeten verleden lijkt. De Rexona hoopt ook als varend erfgoed haar bijdrage in en aan dit proces te kunnen leveren.

Duurzame visserij

 

De Visserij Vereniging Workum (VVW) heeft al meer dan 30 jaar tot doel de zeilende visserij onder de aandacht te brengen. Het doel is het bevorderen van de visserij met zeilvaartuigen, het ontwikkelen van de daarbij behorende vis- en vaartechnieken en van daartoe geschikte vaartuigen, alsmede het in eigendom verwerven en beheren van vistuig. De vereniging werd in 1982 opgericht en leden zijn voornamelijk de deelnemers of oud-deelnemers van de Workumer Visserijdagen. De Workumer Visserijdagen worden sinds 1973 ieder jaar in de maand oktober georganiseerd Ongeveer 20 deelnemers beoefenen dan gedurende een week de zeilende visserij op snoekbaars, baars, aal, bot en andere vis. De schepen zijn vooral de oude nog uit de Zuiderzeetijd stammende scheepstypen zoals Staverse jollen, lemsteraken, botters, Wieringer aken, schouwen, pluten en andere typen. Met de voor deze kleinschalige gelegenheid verstrekte vergunningen door het ministerie is het vissers toegestaan per schip met 300 meter staand want en 500 meter hoekwant te vissen. Hoewel er in de visserijdagen een zeker wedstrijdelement zit, is toch vooral het daadwerkelijk experimenteren met de zeilende visserij waar het om gaat. Men moet hierbij ook denken aan diverse zeiltechnieken voor bijvoorbeeld het onder zeil schieten van de netten onder verschillende weersomstandigheden. Naast de experimenten van diverse soorten aas moeten de vissers de diverse technieken van het schieten en halen van de netten en het hoekwant al zeilende onder de knie krijgen. De vraag is: is het ook vandaag de dag nog mogelijk om met voornamelijk de wind als voortstuwingsbron de beroepsmatige visserij te beoefenen ? De leden van de VVW menen dat die vraag met “ja” beantwoord kan worden. En zij menen ook dat aan de zeilende visserij voordelen zijn verbonden. Die voordelen zijn bijvoorbeeld:

 

• De zeilende visserij is milieuvriendelijk, waarbij niet in de eerste plaats wordt gedacht aan lucht- en waterverontreiniging, maar vooral aan het aanzienlijk geringere energieverbruik.

 

• De zeilende visserij brengt met zich een minder intensief en agressief bevissen van het areaal en het toepassen van z.g. passieve vismethoden hetgeen veelal uit het oogpunt van visstandbeheer aantrekkelijk is.

 

• De zeilende visserij is aanzienlijk minder kapitaalsintensief, terwijl de bedrijfsuitkomsten ook minder onderhevig zijn aan fluctuerende energieprijzen.

 

• De zeilende visserij levert in technisch opzicht als uit het oogpunt van de bedrijfsvoering, minder psychische belasting op voor de visser; zeilen is immers zoveel aardiger !

 

Al met al veronderstelt de VVW dat zeilvaartuigen met bescheiden motorvermogen rendabel kunnen zijn voor het moderne visserijbedrijf.   In 1873 werd in Denemarken overigens al geëxperimenteerd met nieuwe vismethodes. De verantwoordelijk ambtenaar meldde overigens in september 1973 dat het drijfnet (hieronder afgebeeld) een magere vangst had opgeleverd.

 

 

Het drijfnet uit 1873. Photo: A. Hjorth Rasmussen, Drivvod i Danmark (Esbjerg 1988).

 

 

Denen on tour

 

Dorestad is niet, zoals in de Nederlandse geschiedschrijving eeuwenlang werd aangenomen, door rooftochten van Noormannen aan het einde van de negende eeuw van de kaart verdwenen. De eerste Noormannen die Dorestad aan het einde van de achtste eeuw bezochten waren handelaren en kooplieden. Met name Denemarken vervulde een spilfunctie door de steden Hedeby en Ribe. De Friezen fungeerden als tussenpersonen en schippers, vooral omdat ze de strategisch belangrijke rivieren beheersten. De Noormannen reisden uitsluitend per schip en hun zeilkwaliteiten en schepen waren in deze tijd superieur, maar de Friezen beheersten nu eenmaal de rviermonden en de Zuiderzee. Door een politieke speling van het lot zouden Deense Noormannen vanaf 833 een belangrijke rol gaan vervullen in de op de dood van Karel de Grote volgende machtsstrijd. De Deense edelman Haraldr junior committeerde zich aan Lotharius, de zoon van Lodewijk de Vrome. Zijn halfbroers hadden Oost-Francië en West-Francië toebedeeld gekregen, hij Lotharingen. In 839 kreeg Haraldr als dank voor zijn steun Dorestad toegewezen om het in 844 gedwongen weer af te moeten staan. De Denen lieten het er niet bij zitten en plunderden Dorestad in 846, ook andere delen van de Betuwe werden gebrandschat. Na 850 is Dorestad weer in Deense handen, nu onder de edelman Hroerekr, die het als vazal ontving van Lotharius, die hem weer nodig had uit militair oogpunt.

 

Tot 873 zou Hroerekr de dienst uitmaken in Dorestad, maar de rol van de stad als handelscentrum was toen al uitgespeeld. De reden was niet gelegen in de Deense aanwezigheid of plunderingen, maar in de politieke constellatie aan het einde van de negende eeuw. In 870 werd het voormalige rijk van Karel de Grote na twee generaties van broederlijke twisten gesplitst in een Oost- en een West-Frankisch Rijk. Dorestad werd in de nieuwe verdeling afgesloten van haar achterland en de kooplieden verplaatsten zich naar Tiel en Deventer. De rooftochten van de Noormannen worden vaak als zeer wreed en allesverwoestend voorgesteld. In werkelijkheid deden ze niet onder voor andere roofridders en lange tijd waren Denen de politieke heersers van Dorestad. Bovendien bleef het grootste deel van de Noormannen gewoon thuis in de Scandinavische landen. De meesten waren, zoals overal in Europa, boeren. Het waren echter wel vrije boeren, die bovendien een grote maritieme ervaring en interesse hadden. Dit is gezien de ligging van de Scandinavische landen niet verwonderlijk, maar het is niet inherent aan de boerenstand. Boeren zijn meestal aan hun land verknocht en staan niet te boek als waterratten. Dit was in Scandinavische landen dus anders. Overbevolking, wat op zich al een teken is van een succesvolle boerenstand, leidde bijna vanzelfsprekend tot zeevaartexpedities.

 

De Germaanse giftcultuur en het gekozen leiderschap voor de sterkste leidden vervolgens tot de plundertochten en expedities tot in Amerika toe. Dorestad was maar een detail in de wereld van de Noormannen en relatief onbelangrijk. De rijkste buit lag in West-Frankrijk, Engeland en Ierland. De legendevorming heeft haar werk echter gedaan. Bron: L. van der Tuuk, Noormannen in het rivierenland (Kampen 2009).

 

 

Een reconstructie van Dorestad omstreeks 800, door Arno Zuiderhoek.

Photo: L. van der Tuuk, Noormannen in het rivierenland (Kampen 2009).