Rexona

De Rexona: Terug naar de roots. Het Nederlandse Verhaal van een Deense Kotter.

Varend Monument

 

Varend monument

 

 

 

De Rexona is erkend als varend monument met de op een na hoogste status. Met name de dieselmotor, een noodzakelijkheid in het huidige navigeren, staat de hoogste status in de weg. De tal van authentieke kenmerken maken de Rexona echter tot een uniek schip, dat bovendien behept is met uitmuntende zeilcapaciteiten. In 2009 is de bezaanmast weer geplaatst en is de opening voor de visbun weer aangebracht in het dek. Hoewel de originele bouwtekeningen waarschijnlijk nooit meer boven water zullen komen (de Jachtwerf en het archief zijn in 1956 verdwenen), zijn er andere bronnen die een betrouwbaar inzicht geven in de bouw. In samenwerking met Deense partners zal de laatste ingrijpende renovatie, de gedeeltelijke vervanging van het onderschip, ter hand worden genomen.

 

Historie 

 

De Rexona is in 1899 gebouwd in Frederikshaven in de bloeiperiode van de Deense visserij.  Het is een zogenaamde ‘Frederikshaven kotter’.  De Rexona heette aanvankelijk  ‘Nevada’  met als registratie FN 57. De eerste eigenaar was C. Ambjørn, die de boot in 1916 overdeed aan J. Carlsen. Tot 1916 zou Frederikshaven de thuishaven blijven. Vanaf 1917 is de Nevada geregistreerd als de E 365 in Esbjerg, de snel groeiende haven aan de Westkust van Jutland. De nieuwe eigenaar heette L.R. Jensen. Vanaf 1929 was S. Enevoldsen de nieuwe eigenaar. Hij herdoopte de boot tot Rebekka. In 1933 werd A.C. Nielsen de nieuwe eigenaar met Karen als nieuwe naam voor de boot, de registratie blijft E. 365.

 

Vanaf 1961 tot 1977  was de thuisbasis Lemvig of Thyborøn, een nabij gelegen haven, geregistreerd in het register onder L 386. De nieuwe eigenaar gaf de huidige naam Rexona. Volgens de overlevering was de nieuwe eigenaar geïnspireerd door meisjes die zo lekker naar Rexona roken. Eigenaren in deze periode waren K. Piet, N. Bech-Larsen en van 1975 tot 1977 V. Poulsen. Tot 1977 zou de Rexona als vissersboot gebruikt worden. In 1977 is zij gesaneerd uit de Deense vissersvloot en heeft zij een half jaar op de kotterwerf in Lemvig gelegen. In 1977 is zij verkocht aan de broers Kapitein en op motorkracht naar Nederland overgevaren, waarbij de Rexona bovendien de Deens kotter Nordstøm op sleeptouw heeft genomen. De Rexona had in 1977 een 2 cylinder toeren Hundested (96 PK), een stuurhut en geen mast meer. Vanaf 1980 is Victor van Dalen uit Amsterdam de nieuwe eigenaar.

 

In deze periode zijn er grondige renovaties uitgevoerd en is de boot zoveel mogelijk in authentieke staat teruggebracht. De stuurhut is verwijderd, het dek is vernieuwd,  de mast geplaatst en de Hundested motor is vervangen door de huidige, kleinere Scania vrachtwagen motor. In 1984 is zij weer zeilklaar en wordt de eerste zeiltocht naar Esjberg gemaakt. In  1985 volgt een tocht naar Zweden, Noorwegen en Denemarken, waarbij ook Lemvig wordt aangedaan. De laatste Deens eigenaar uit Thyborøn, nu vishandelaar, en een oud-opvarende (visser) hebben bij deze gelegenheid weer op de Rexona gevaren . 

 

In 1997 is de Vereniging Rexona opgericht met als doel de kotter in zo’n goed mogelijke staat te brengen en te onderhouden en in de vaart te houden en is de Vereniging Rexona eigenaar geworden van het schip. In haar lange geschiedenis heeft de Rexona vele hoogtepunten en dieptepunten, oorlogen, economische crises, ongelukken en eigenaars meegemaakt. De vereniging is er trots op dat het gelukt is een goed uitgangspunt voor het behoud gecreëerd te hebben, maar beseft dat er veel te doen is en blijft. De huidige thuisbasis is Den Helder.  De Rexona staat geregistreerd als varend monument bij het Nationaal Register Varende Monumenten onder nummer 753. 

 

 

 

 

 

 

Photo: A. Vrist Langer, Fiskerdagbøgen fra Harboøre, Bind 1 (Struer 1988).

 

Gezicht op Frederikshaven in 1899. Viskotters zijn te zien in de Oostelijke binnenhaven (links) en de westelijke binnenhaven (rechts). De Rexona, toen nog Nevada geheten, zou er ook tussen kunnen liggen. Ze is op 20 februari 1899 te water gelaten en het blad op de bomen duidt op een foto van latere datum. Buhls scheepswerf, de grote concurrent van de Olsen scheepswerf is in het midden te zien. Overigens is uit het gemeentearchief van Frederikshaven gebleken dat Olsen in 1886 samen met de de latere opdrachtgever en eerste eigenaar Carl Ambjørn in de gemeenteraad heeft gezeten.  Van Carl Ambjørn is verder bekend dat hij op 22 maart 1838 is geboren en in 1899 nog gehuwd was.

Van zijn opvolger, die het schip in 1916 kocht, is al meer bekend. Henry Ahlmann Carlsen is geboren op 22 januari 1891 als zoon van visser Jens Carlsen. Hij trouwde op 30 december 1915 met Elise Kristine Petersen. Hij was dus niet zo gek veel ouder dan de Rexona en werd al op vrij jonge leeftijd eigenaar in economisch moeilijke tijden vanwege de Eerste Wereld Oorlog. Deense vissers  ondervonden vanwege de Engelse blokkade en Duitse marineactiviteiten veel hinder, schade en persoonlijk leed. Hij kocht het schip in 1916 en verruilde Frederikshaven al in 1917 voor Esbjerg, dat toen de belangrijkste vissershaven van Denemarken was geworden. Frederikshaven heeft inmiddels al lang geen vissersvloot van betekenis meer en ook de scheepsbouw is voltooid verleden tijd. Alleen renovatie- en onderhoudswerkzaamheden aan de grote ferrys en grote kustvaarders vinden nog plaats. 

 

De mannen die de Rexona hebben gebouwd.

 

De scheepswerf van  Nicolaj Olsen in Frederikshaven  kwam als eerste met een door een motorschroef aangedreven vissersschip in 1891. De bekende scheepsbouwarchitect A. Benzon ontwierp dit model. De oprichter van de werf,  Jens Nicolaj Olsen, werd in 1841 in Gaerum vlakbij Frederikshaven geboren. In 1882 stichtte hij de Nicolaj Olsen werf in Frederikshaven als grote concurrent van de al gevestigde Buhls werf. Met name door het succes en de doorbraak van de Snurrevodvisserij en de snel groeiende vraag naar vis, ontstond er een grote vraag naar grotere kotters. Tot 1890 zouden van deze twee werven 15 schepen van stapel open met 399 BRT. Tussen 1896 en 1900 was dit aantal toegenomen tot 63 schepen met in totaal 1140 BRT. Daarna neemt het weer  af, met 19 schepen in de periode 1901-1905 (232 BRT), 26 schepen in de periode 1906-1910 (512 BRT) en 19 schepen in de periode 1911-1915 (1083 BRT). Het is een indicatie dat de Rexona, gebouwd in 1899, van stapel liep in de hoogtijdagen van scheepsbouw in Frederikshaven. De Nicolaj Olsen werf had 8 vaktimmerlieden in dienst en daarnaast een groot aantal ongeschoolde arbeidskrachten. Na de Eerste Wereld Oorlog waren de hoogtijdagen voor Frederikshaven voorbij en verplaatste het zwaartepunt, en de Rexona, zich naar Esbjerg. De werf werd in 1956 opgeheven, waarbij helaas ook het archief verloren is gegaan. Een ander schip van de werf, de W. Klitgaard, gebouwd als handelsschip in 1891, vaart ook nog steeds rond in de Deense en Europese wateren. (Bron: H. Munk Pedersen, Traeskibe. Fiskeri og fartøj i Frederikshavn o. 1900 (Frederikshavn 1990).     

 

 

 

Groepsfoto van timmerlieden en arbeiders van de Nicolaj Olsen werf in 1900.

Zij hebben de Rexona gebouwd. Bron: Bangsbo Museum Frederikshaven

 

 

 

 

Het beeld rond 1900

 

Het zal een overweldigend schouwspel zijn geweest, de dagen dat de vissersvloot van Frederikshaven uitvoer of weer binnenkwam. Het vissersleven was hard en onvoorspelbaar en de vis werd duur betaald, zoals in de Nederlandse literatuur door Herman Heijermans (1864-1924) tot uiting is gebracht in zijn ‘Op hoop van zegen’. De eigenaar van de  zwaar verwaarloosde viskotter ‘Op hoop van zegen’ stuurde het schip toch de zee op vanwege het te innen verzekeringsgeld bij het vergaan. De afhankelijkheid van weer, wind en eigenaars van schepen lagen ten grondslag aan het fragiele vissersbestaan in veel Nederlandse en andere Europese visserijgemeenschappen. De godsdienst vervulde een belangrijke rol als bron van troost, solidariteit, ritueel en vertrouwen op een hogere macht, die de aardse machteloosheid in een ander perspectief plaatste. In Denemarken was de visser weliswaar ook overgeleverd aan de elementen, maar de eigendomstructuren schepten veelal een nauwe band tussen eigenaar, schipper en zelfs scheepsbouwer. De schipper was vaak mede-eigenaar van het schip en zal om deze reden minder geneigd geweest zijn nodeloze risico’s te lopen. Ook was het aantal grote reders beperkt. De meeste schepen waren kleine vennootschappen met enkele kapitaalverschaffers, die veelal direct contact hadden met de schipper en zijn bemanning. Hoe het ook zij, in Nederland, Denemarken en andere landen langs de zee was het beeld hetzelfde. Het lot werd in handen gegeven van de hogere macht en de veelal intense religieuze beleving laat zich hieruit herleiden.

 

 

De afvaart van de vissersvloot van Frederikshaven rond 1900.

Photo: Jaarboek Bangsbo museum 1998