Bouw
De Rexona
De Rexona is een houten kotter van 17,2 meter die in 1899 in Frederikshaven is gebouwd voor de snurrevaadvisserij op de Noordzee. Zij is origineel gebouwd als een S-spant zonder motor. In 1905 kreeg zij een kleine 12 pk motor voor het laveren en het binnenhalen van de netten. De Rexona is 5 meter breed en heeft een diepgang van 2 meter en is 28 GNT zwaar met een waterverplaatsing van 38 ton. De boegspriet is 6 meter lang. Zij behoort daarmee tot de grotere kotters uit die tijd. Het schip heeft een karveel gebouwde romp, waarbij zowel de spanten als de huidbeplanking van eikenhout zijn en een grenen dek. Ze is gebouwd als snel zeilschip wat te zien is aan de uiterst geveegde romp en het zeer scherpe S-spant. Als zodanig typeert zij een eeuwenlange scheepbouwtraditie, die begonnen is met de Vikingen. Een van de laatste nog levende bemanningsleden uit Lemvig zei bij een bezoek in 2008 dat 'Zij zeilt als een zwaan'. Veel trekken van de typische kottervorm van de Rexona zijn ook terug te vinden in Nederlandse Noordzeekotters. Het type tuigage kenmerkt zich door de vele voorzeilen en de lange gaffel, iets wat ook voorkomt bij traditionele Nederlanse Noordzeevissersschepen als loggers en bomschepen. Zij had oorspronkelijk ook een bazaanmast, die later is verwijderd, maar nu weer in volle glorie is hersteld. Ook de opening op het dek voor de bun is in 2009 weer aangebracht. De bun is de opslagplaats voor levende vis onderdeks. Het zeiloppervlak van het Grootzeil is ongeveer 70, van de Fok 40, van de Grote Kluiver 50, van de Midden Kluiver 30, van de Kleine Kluiver 15, van het Topzeil 10 en van het Bezaanzeil 25 vierkante meter. Het totale zeiloppervlak is ongeveer 200 vierkante meter.
De Rexona is gebouwd op de J.N. Olsen scheepswerf in Frederikshaven. De werf en het archief zijn in 1956 helaas verdwenen. Tot aan de twintiger jaren werden houten kotters op veel plaatsen in Denemarken gebouwd. Het hout kwam vaak uit Noorwegen, de motoren soms uit Zweden, meestal uit Denemarken. Het timmervakmanschap, kennis van zeilkwaliteit in combinatie met het doel zo veel mogelijk vis te vangen met door de Snurrevaadvisserij kenden in de periode 1880-1920 hun hoogtepun. De Deense bouwtechniek was herkenbaar aan het brede S-Spant en de goede zeilkwaliteiten. Tijd was geld en de vangst moest zo snel mogelijk weer aan land en de beste visgronden lagen vaak ver van de kust. Deens kotters visten soms tot aan de Groenlandse wateren. De bouwmeesters en werven zijn verleden tijd, maar hun gevoel voor zeilkunst en oog voor duurzaamheid en kwaliteit verdienen een klein monumentje.
De bemanning van 5-6 personen sliep aanvankelijk achter in het schip, waar nu de motor zit. De bun zit daarvoor. De oorspronkelijke kleur van de Rexona was zwart. In 1945 is zij in de huidige kleur blauw geverfd, omdat dat toen de enige beschikbare bruiikbare verf was. De Rexona is nu uitgerust met een 135 PK Scania vrachtwagenmotor uit 1950. Het schip heeft een vaste ligplaats in de historische Museumhaven Willemsoord in Den Helder en heeft in 2002 de classificatie nagenoeg authentiek (A2) gekregen, de op één na hoogste monumentale status en is door de Belastingdienst gekenmerkt als erkend doel.
De bun
Een van de uitdagingen van zeevissers was het zo vers mogelijk afleveren van de vis. Verschillende oplossingen boden zich hiervoor aan. Een van de mogelijkheden was het overladen van de gevangen vis op een snel zeilschip dat de vis vervolgens aan land bracht. Een vanaf het einde van negentiende eeuw veel toegepast alternatief was de visbun. De visbun is een soort communicerend vat dat in het midden van het schip onder de waterlijn is aangebracht. De ruimte werd permanent voorzien van vers zeewater waardoor de vis, meestal platvis, lang in leven gehouden kon worden. Een grote kotter van het formaat Rexona kon tot 4000 platvissen op deze wijze herbergen. De vis kwam door een luik in het dek in de bun terecht. Met de komst van moderne vriesmethodes raakte de bun snel uit gebruik, maar het was een even simpele als doeltreffende methode.
In het onderstaande voorbeeld staat een afbeelding van een bun, getekend bij de dwarsdoorsnede van een 40tons kotter, dus beduidend kleiner dan de Rexona. Bij 1 staat de bun aangegeven, 2 is het beton in de kiel voor de belast, 3 is de buntrechter, waardoor de vis vanaf het dek in de bun terechtkomt en 4 is het damdek. De Rexona heeft bij haar renovatie in 2009 de opening voor de bun in het dek weer in ere hersteld. In het onderschip zijn daarnaast de gaten voor de bun nog duidelijk te zien.

N. Bach, Små hisk og store fisk (Høgbjerg 2000)
De Frederikshaven kotter
Een van interessante vondsten in het archief van de H.V. Buhl scheepswerf in Frederikshaven is de bouwtekening van de kotter Memel, gebouwd in 1903 voor een Duitse vissersvereniging. Zij lijkt sterk op de in 1898 opgeleverde kotter Ellen en op de in 1899 door de werf J.N. Olsen gebouwde Rexona. De bezaanmast (die net weer op de Rexona is geplaatst) en de mast zijn de twee centrale punten. Voor de mast is de slaapruimte van de bemanning te zien, daarachter zit de bun, de ruimte waar de vis levend werd bewaard. Voor de bezaanmast is de eerste mechanisering te zien. Kleine hulpmotoren van 4-20 pk waren met name bedoeld om de netten binnen te halen en het manoeuvreren te vergemakkelijken. Het zeil bleef vooralsnog de belangrijkste voorstuwing.

Dwarsdoorsnede van de Frederikshaven kotter 'Memel' uit 1903.
Photo: Jaarboek Bangsbo museum 1998



