Noordzee
Frederic VII Channel
Løgstør reason - a large sand bank, which stretches west from Løgstør - was in earlier times a major problem for the cruise on the fjord. All merchant ships had most of their load loaded onto barges to bring to the other side, pull the boat over the sandbar and then loaded with the load. This laborious work was done at sea. The weather was often bad . It could happen that that a vessel had to wait for weeks. The problems were so serious that the government decided to dig a channel through the mainland and between Løgstør Lendrup in 1856. A huge project for its time, 4 Km canal by hand, transporting the soil in wheelbarrows. This earth is the ridge that lies between the fjord and the channel. Hundreds of workers, mostly from abroad, especially Germany, were employed for 5 years. On 13th July, 1861 King Frederik VII opened the channel. At the eastern end of the canal is the old residence of the channel Vogts - today Limfjord Museum and at the west end of the channel, two channel guard houses. The highest number of vessels passed through the canal in 1898-1899, 2923. The ships came forward by their sailing efforts - otherwise horses moved the ships through the canal. Between 1901 and 1902 only 138 vessels used the canal and in 1913 it was shut down. Since then, the channel leads a quiet life, enjoying the tranquility of a nature (Tekst: www.limfjordsmuseet.dk).

The Frederic VII Channel today. Photo: Limford museet
Nordjütland
Kreis Nordjütland (Himmerland, Vendsysset und ein Teil von Hanherrederne) in Danmark ist das Land der weiten Küsten mit über 900 km Küstenlinie. Die Küstenstrecken sind sehr abwechslungsreich, die breiten Strände, die Dünen und die hohe Steilküste, Skagen, wo Skagerrak und Kattegat auf einander treffen, die Küste südlich von Frederikshavn, sanft mit Wäldern, Langerak, der östlichste Teil des Limfjords, eher einem Fluss ähnlich, während sich der Limfjord weiter westlich großflächlig ausdehnt. Himmerlands Kattegatküste ist fast ganz flach. Die südgrenze des Kreises verläuft durch den langen, engen Mariager Fjord mit hohen Abhängen. Die Küste am Skagerrak hat sich in Buchten zwischen einigen festen punkten, den ehemaligen Inseln, gebildet. Die westliche Bucht ist Vigsøbugt, zwischen Hansholm und Bulbjerg, die Jammerbucht zwischen Bulbjerg und Hirtshals und die Tannisbucht. Der größte Teil Vendsysseis ist durch Sand geprägt, es sind die Dünen aus Flugsand. Die Sanddünen an der Jütländischen Nordseeküste sind eine Kulturlandschaft, hier ist der Sand vom Strand hereingekommen.
Nordjütlands Küste haben den Menschen seit jeher unterschiedliche Lebensbedingungen gewährt. Die Fischerei hat die Bevölkerung nicht nur mit Fisch versorgt, sondern Ihnen mit der Zeit auch eine wichtige Handelsware geliefert. Die sagenhafte mittelälterlichen heringsschwärme im Øresund leiten ab 1100 eine Epoche ein, in der die Reichtum durch Handel zunehmt. Aufstieg und Rückgang der Heringsfischerei wechselten sich ab , bis der Nordsee in 1825 der Durchbruch in den Limfjord gelang. Danach ging die Heringsfischerei gänzlich zu Grunde, die Bootwade ermöglichte aber bald neue Erfolgen. (Tekst: Nordjütland: das Meer. Mit den Museen durch Nordjütlands Kultur ung Geschichte (Aalborg 2004).

Nordjütland, Thorup. Photo: Nordjütland: das Meer. Mit den Museen
durch Nordjütlands Kultur und Geschichte (Aalborg 2004).
De Noordzee en Rexona
De Noordzee neemt in het leven van de Rexona een belangrijke plaats in. Vanaf 1916 tot aan 1961 is Esbjerg haar thuishaven geweest en de Noordzee het belangrijkste visgebied. Vanaf ongeveer 1920 is de Rexona gemechaniseerd en is de zeilfunctie nog slechts van secundair belang. De Noordzee neemt in de visserijgeschiedenis een belangrijke plaats in. Hollandse cartografen brachten de visserijgronden al vanaf de zestiende eeuw in kaart en Engelse, Schotse, Deense, Noorse, Zweedse, Duitse en Nederlandse vissers hielden elkaar en elkaars vistechnieken goed in de gaten. Dit valt goed waar te nemen bij de Deense uitvinding van het Snurrevodvissen in 1848. Vanaf 1885 werd deze methode grootschalig en met veel succes op de Noordzee toegepast en de Rexona werd speciaal voor deze vismethode gebouwd. Het Snurrevodvissen was zo succesvol (en nog relatief milieuvriendelijk ook) dat vissers uit andere landen het snel overnamen. Nederland voerde het pas na de Eerste Wereldoorlog in. Recente wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat visserij op de Noordzee al vanaf de late middeleeuwen een belangrijke levensader was voor Noordzeelanden. De periode rond 1900 en de bijdrage van de visserij aan het voeden van de snel groeiende bevolking getuigen daar ook recent nog van. Europese geschiedenis is nooit ver weg en zonder de Deens-Pruisische oorlog van 1864 zou Esbjerg nooit bestaan hebben. Als gevolg van het verlies van Sleeswijk-Holstein en daarmee het contact met de Hanzestad Hamburg, besloot de Deense regering een nieuwe zeehaven te bouwen. Dit werd dus Esbjerg, dat pas sinds 1870 bestaat. Haar komeetachtige opkomst heeft zij niet in de laatste plaats te danken aan het succes van de Snurrevodvisserij en vanaf 1910 was Esbjerg de belangrijkste vissershaven in Denemarken met de Rexona vanaf 1916 als een van de nog zeilende getuigen. De visserij op de Noordzee, de regionale ontwikkeling en de internationale afspraken komen vanuit historisch, cultureel, diplomatiek en economisch perspectief aan de orde.
De Noordzee in de Oudheid
Bijna 2300 jaar voor de bouw van de Rexona berichtte de Griekse geograaf en astronoom Pytheas uit Marseille (toen Massilia geheten) al over de Noordzee en Waddenzee en maakte hij zelfs melding van het eiland Helgoland (Abalus). Ook de Romeinse historici Livius en Strabo berichtten hier al over. Vooral de Romeinse pogingen de monding van de Elbe ter veroveren tussen 12 en 16 v. Chr. zijn uitvoeriger overgeleverd door Suetonius, Tacitus en Cassius Dio. Onder de generaal Druses bereikten de Romeinen in 12 v. Chr. in ieder geval het huidige Ostfriesland in Duitsland. Voor de Romeinen was de scheepvaart gevaarlijker dan de tegenstand van de Germanen. Cassius Dio berichtte zelfs van een schipbreuk van Druses, die door Friezen werd gered. Een weinig bekend feit is dat de Druses via de Zuiderzee (Lac Flevo)naar de Eems is gevaren. Helaas schoot zijn kennis van de getijden en dieptes ernstig tekort, want zijn schepen strandden telkens bij laag tij en moesten uren wachtten op hoog tij. Ook de latere keizer Tiberius heeft in 5 n. Chr. een veldtocht ter Noordzee ondernomen, waarbij ook de Waddenzee werd aangedaan. Tacitus berichtte dat het Noorden van Duitsland nog steeds niet helemaal rustig was. Ook Germanicus zeilde met een vloot de Eems op. Hij trof de van het Zuiden oprukkende legioenen bij de Eems.
Omdat de ervaringen met de vele zandbanken op de Waddenzee inmiddels waren verwerkt in het zeilplan, ging een groot deel van de soldaten die heen per schip waren vervoerd terug per voet om de schepen minder diep te laten liggen. Indien in aanmerking wordt genomen dat een Romeinse legionair gemiddeld 30 kilo bagage had, scheelde dat aanzienlijk. Het heeft niet veel geholpen, want Tacitus berichtte dat een groot deel van de vloot bij een storm ten onder ging. De Romeinen konden maar niet uitgepraat raken over de 'wandelende' zandbanken en de vele verraderlijke ondieptes. De Middellandse Zee kende bovendien geen getijden. Ook de bewoners en hun leefwijze riepen verwondering op.
Plinius de Oudere berichtte over wat we tegenwoordig terpen zouden noemen. Plinius vond dit maar ellendige levensvoorwaarden. Vooral het ontbreken van wilde dieren was volgens hem een Romein onwaardig. De enige jacht was die op vissen en dat stond bij de Romeinen nu eenmaal niet in hoog aanzien. Deze berichtgeving is echter op zijn minst selectief te noemen, want archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat er ook veel nederzettingen en dorpjes op min of meer gestructureerde wijze gebouwd hebben bestaan. Op ongeveer 15 kilometer van de kust bij de Eems zijn al nederzettingen gevonden uit 500 v. Chr en daar was zeker geen vis te vangen. Hoe het ook zij, de Noordzeekust in de Duitse bocht was in ieder geval al bewoond vanaf deze tijd en het Nederzettingenpatroon doet daarbij verrassend modern aan. De Romeinse veldtochten maken ook duidelijk dat het gebied economisch interessant geweest moet zijn. Van een permanent Romeins verblijf is overigens geen sprake geweest en de Friezen en andere kustbewoners hebben hun eigen cultuur ontwikkeld en het hoogstaande niveau verbaast nog steeds. Bron: D. Meier, Die Nordseeküste. Geschichte einer Landschaft (Heide 2007).

Reconstructie van een Nederzetting uit de eerste eeuw. Foto: Uit het vermelde boek.
De Vikingen
De Vikingen of Noormannen roepen in de Nederlandse en West-Europese beeldvorming geen positieve associaties op. De Noormannen waren afkomstig uit het huidige Denemarken, Zweden en Noorwegen. In 793 komen ze voor het eerst voor in de annalen met de plundering van het Lindisfarne klooster in Noord-Engeland. In Nederland staat de plundering van Dorestad bij iedereen in het geheugen gegrift. De Noormannen plunderden de stad in de negende eeuw diverse keren. Dorestad trok de aandacht als handelscentrum van Noordwest Europa en een rijke buit lag daar voor het grijpen. Van 850-885 was er zelfs een Noors koninkrijk van Dorestad.
De hoogtijdagen van de Noormannen eindigden met de slag van Hastings in 1066, toen Willem van De Veroveraar Engeland binnenviel. De drie eeuwen daartussen brachten de Noormannen tot in alle uithoeken van Europa en zelfs in Newfoundland en Groenland. Er werden koninkrijken gesticht en in Constantinopel, Bagdad, Lissabon of Kiev en andere steden waren Noormannen prominent aanwezig als handelaren. De Noormannen waren niet alleen een zeevarend en krijgslustig volk, zoveel is wel duidelijk. Handel, kunst, scheepsbouwtechniek en administratieve talenten legden de basis voor hun succesvolle optredens ver buiten de eigen grenzen. In Denemarken waren Ribe en Arhus de belangrijkste centra, hoewel Jelling de zetel van de Koning was. Een van de belangrijkste succesfactoren van de Noormannen was hun vermogen te assimileren met locale veroverde culturen. Hoewel de eerste contacten vaak gewelddadig waren en gericht op plundering, vestigden zij zich met name in de tiende eeuw met de bedoeling om er te blijven. Het Noorse koninkrijk Sicilië en het Hertogdom Normandië zijn de meest tot de verbeelding sprekende voorbeelden, maar ook in het huidige Rusland of in Andalucië zijn de sporen nog overal te zien.
Een van de meest bekende afbeeldingen is het tapijt van Bayeux. dat de slag bij Hastings afbeeldt. Op dit tapijt komen de schepen die de Noormannen tot in alle uithoeken brachten goed in beeld. Dat is niet voor niets, want de Noormannen beheersten de scheepsbouwtechniek als geen ander volk. In combinatie met relatief betrouwbare navigatiemethodes, zelfs een voorloper van een kompas, waren ze in staat verre uithoeken te bereiken. Ook de snelheid van de schepen was een belangrijke factor. Er waren diverse type schepen, afhankelijk van het doel. Het grootste oorlogsschip had een lengte van ongeveer 30 meter, breedte van 3,8 meter, een diepgang van 1 meter en een zeiloppervlak van 120 vierkante meter. Er konden 80 soldaten mee aan boord en de maximum snelheid was circa 15-20 knopen. Andere schepen werden gebruikt voor handel of transport en waren meestal tussen de 15 en 20 meter lang en de snelheid lag beduidend lager. Vele schepen waren ook ingericht als roeischepen. De uitgebalanceerde scheepsbouwtechnieken hebben de eeuwen goed doorstaan en de Rexona is te beschouwen als de laatste generatie houten zeilschepen. Ruim tien eeuwen Deense scheepsbouw en zeilervaring liggen aan haar uitmuntende zeilkwaliteiten ten grondslag en de ontwikkeling van Vikingschip naar de Rexona is goed te traceren. Hoewel het niet waarschijnlijk is dat de Rexona het ooit naar Newfoundland (Canada) zal maken, zal zij hopelijk wel spoedig weer het land van haar voorvaderen aandoen.


Detail uit het Tapijt van Bayeux. Photo: M. Rud, La Tapisserie de Bayeux et la batalle de Hastings 1066
(Bayeux 1983). De tekts luidt: Hic Harold mare navigavit et velis vento plenis venit in terram Widonis Comitis
of Harold vaart hier op de zee en komt met volle zeilen aan bij het gebied van graaf Willem.
Dit is een van de duidelijkste afbeeldingen van oorlogsschepen van Noormannen.
Het lied der duinen
In West Jutland ligt de grootste ‘wandelende’ duin van Europa, de Rubjerg Knude. Juist op deze plek bouwden de inwoners in 1900 een 23 meter hoge vuurtoren bij het dorpje Lønstrup. De ongelijke strijd van zand tegen gebouw eiste ook hier haar tol. Binnen enkele jaren stond de toren al meters onder het zand en de nieuwe duinvorming is nog steeds in volle gang. Als een woestijn vreet het duin, gevormd door zandkorrels van maximaal 400 micrometer en voortgedreven door de (wervel) wind, zich een weg naar boven, naar voren en in de breedte. De Rubjerg Knude heeft een eigenschap aan duinen eigen: ze kan óók zichzelf opvreten of verplaatsen over grote afstanden, soms zelfs dwars door of over andere duinen heen. Luchtwervelingen aan de achterkant van de duin zijn hiervoor verantwoordelijk. Deze vreten de duin als het ware op of verplaatsen haar. Het onderzoek naar de dynamiek van deze wandelende duinen vordert gestaag. Wind, vegetatie en andere hindernissen, soort zand en natuurkundige processen spelen een hoofdrol in dit merkwaardige fenomeen. Ook het geluid dat duinen vaak voortbrengen, veelal tot 110 decibel en soms wel 15 minuten lang, is onderzocht. De vele grotere en kleinere zandlawines veroorzaken tonen door de luchtverplaatsing en dat is wat we horen. Het geluid kan zelfs uitmonden in knallen van 50 tot 2500 hertz. Zoals de leeftijd van bomen door de jaarringen wordt bepaald, zo zijn bij de duinen de grootte en zwaarte van de zandkorrels doorslaggevend. Jonge, kleine duinen bestaan uit lichte korrels met een diameter van 0,063 tot 0,125 millimeter. Oudere, veelal ook grotere en hogere duinen hebben zandkorrels die groter zijn dan 0,125 millimeter. Duinen zijn er in vele soorten en maten, van de pyramideduin, de hoogste tot honderd meter, kilometerslange leiduinen of Nebkas (vanuit de Arabische woestijn overgewaaid woord Nebcha) of de kleine zandduinen.

Duin in West Jutland. Photo: www.visitvestjyland.com
Lemvig
Het aan de monding van het Limfjord gelegen Lemvig, de thuishaven van de Rexona van 1961 tot 1977, werd voor het eerst in 1234 genoemd. Koning Waldemar schreef in een oorkonde, nu aanwezig in het Archief van het Stift in Ribe, over de relaties van Ribe, Varde en Lemvig. De eerste kerk van Lemvig stamt echter al uit de twaalfde eeuw en is nog steeds het middelpunt van de stad. In haar roerige geschiedenis is zij diverse keren afgebrand, herbouwd, tijdens de reformatie van godsdienst gewisseld en onderhevig geweest aan ingrijpende renovaties, waar onder andere Rococo zijn stempel heeft nagelaten. Lemvig was tot aan de negentiende eeuw een belangrijke regionale handelsplaats. De ligging aan het Limfjord en gelegen vlakbij de Noordzee waren ideaal voor overslag. Handelsschepen uit Nederland, Noord-Duitsland en Engeland konden vanwege de geringe diepte van het Limfjord vaak niet langs deze waterroute, maar moesten het gevaarlijke Skagerak ronden. De Jammerbocht in Noord-Jutland doet haar naam alle eer aan. De koopmanshuizen getuigen nog van het rijke handelsverleden. Vanwege haar mooie ligging, aan een baai van het Limfjord, was Lemvig rond 1900 ook een geliefd oord voor kunstenaars. De visserij speelde in de twintigste eeuw echter de belangrijkste rol. Tot de Eerste Wereldoorlog was Lemvig een van de belangrijkste Deense vissersplaatsen. Lemvig kende drie havens. De Oude Haven was bestemd voor de handelsschepen. De Westhaven en de Oosthaven waren vooral ingericht voor de Snurrevodvisserij. Na de Tweede Wereldoorlog zou het nabijgelegen Thyborøn een geduchte concurrent worden en na 1970 was de rol van Lemvig als vissershaven uitgespeeld. In de jaren zestig van de vorige eeuw lagen er nog ongeveer 60 kotters in de haven, nu zijn dat er nog maar een handjevol. Om de bloeitijd van de snurrevodvisserij onder de aandacht te brengen, zal in Lemvig vanaf 2010 een permanente tentoonstelling worden ingericht. Daarnaast zijn Lemvig, het Limfjord en zijn omgeving overigens ook een bezoek meer dan waard. Bron: www.lemvigmuseum.dk
Hans Brygge, Lemvig aan de baai. Photo: E. Damgaard, Byvandringer i Lemvig (Lemvig 2002). Lemvig
was de laatste Deense thuishaven van de Rexona onder registratienummer L 386.



